Het valse debat over 'De Rijpheid': laten we ons opnieuw richten op de echte stedenbouwkundige uitdagingen.

Het is betreurenswaardig vast te stellen hoe de pers de beslissing van de Brusselse regering om het beeld « De Rijpheid » niet te klasseren, intellectueel oneerlijk behandelt. Het debat wordt gereduceerd tot een te gemakkelijke tegenstelling tussen « woke » enerzijds en de verdedigers van het erfgoed anderzijds. Deze benadering, die voor sensatie zorgt, is beperkend en polariseert de standpunten ten koste van een brede en doordachte stedenbouwkundige analyse.

De Houtmarkt verdient een herinrichting met meer open en toegankelijke ruimte en meer groen. Dit is momenteel niet het geval. « De Rijpheid » en het plein eromheen – dat ook deel uitmaakte van het verzoek tot klassering – belemmeren elke mogelijkheid voor herinrichting in die zin. Het klasseren van het beeld zou de aanwezigheid ervan in een ruimte die niet meer voldoet aan de huidige stedelijke uitdagingen, verankerd hebben. Het opnemen van « De Rijpheid » in de lijst van beschermde monumenten is daarentegen een evenwichtige benadering: het erkent de historische waarde ervan en biedt tegelijkertijd de mogelijkheid om het beeld te verplaatsen.

Een kunstwerk verplaatsen, om stedenbouwkundige redenen, kan strikt genomen worden goedgekeurd. Maar wat sommigen tegen de borst stoot, is dat de regering niet alleen een oordeel heeft geveld over de historische waarde van het werk, maar ook over de symbolische waarde ervan. Dat bleek de spreekwoordelijke druppel! En het is precies deze druppel die de media-aandacht heeft getrokken. Dat is jammer.

Het is duidelijk dat het argument van de symbolische waarde van het werk een rol speelt in de beslissing om het te verplaatsen. We mogen ook niet vergeten dat de keuze om « De Rijpheid » in 1922 op deze iconische locatie in de stad Brussel te verheerlijken, een politieke beslissing was. Zonder de artistieke en historische waarde te ontkennen, is het legitiem om zich af te vragen welke betekenis we vandaag de dag aan een werk in onze openbare ruimte moeten hechten, een werk waarvan de iconografie en waarden verouderd zijn. De herinrichting van de Houtmarkt was de gelegenheid om deze vraag te stellen. Want ja, het is onmogelijk om de stedelijke ruimte te herdenken zonder de symbolen ervan te heroverwegen.

Toch is de beslissing om « De Rijpheid » niet te klasseren geen veroordeling van het werk. Het gaat erom de complexiteit van de openbare ruimte te erkennen, evenals de holistische dimensie ervan: zowel functioneel als symbolisch, voortdurend evoluerend, volgens de gewoonten, waarden en gebruiken van de inwoners. Wat we besluiten te behouden of te transformeren in de openbare ruimte is nooit onschuldig. Het is een politieke beslissing. Het weerspiegelt de collectieve keuzes van een samenleving. Maar het is makkelijker om het begrip « cancel culture » te gebruiken om sensatie te creëren. Daarentegen is het openen van een echt stedenbouwkundig debat veel minder aantrekkelijk. Toch is het dit debat dat we moeten voeren, op een serene manier en zonder toe te geven aan ideologische tegenstellingen.

 

Share

Persberichten in je mailbox

Door op "Inschrijven" te klikken, bevestig ik dat ik het Privacybeleid gelezen heb en ermee akkoord ga.

Over Anaïs Maes

Neem contact op met

Kabinet Maes Hallenstraat 4 1000 Brussel

anais-maes.prezly.com